“Ik hoor gewoon in de thuiszorg thuis”
Soms kom je pas later in je leven op de plek waar je écht hoort. Voor Pleuny Koetsveld (45) geldt dat zeker. Jarenlang dacht ze dat de zorg niets voor haar was. Tot ze het probeerde – en nooit meer terug wilde. Inmiddels werkt ze in team Neder-Betuwe als verzorgende IG en is ze onlangs begonnen als aandachtsvelder Kwaliteit & Veiligheid.
Kun je iets over jezelf vertellen?
“Ik ben Pleuny, woon in Neder-Betuwe en hoop deze week oma te worden – zo leuk! Ik werk in een superfijn team waar we echt op elkaar ingespeeld zijn. Alles blijft binnen het team veilig en vertrouwd. Dat voelt goed.”
Je bent op latere leeftijd begonnen in de zorg. Hoe kwam dat zo?
“Ik had nooit gedacht dat de zorg iets voor mij zou zijn. Ik was jong moeder en rolde vanzelf in het gezinsleven. Maar toen ging ik werken als huishoudelijk medewerker bij RST Zorgverleners, bij een ouder echtpaar. We dronken een kopje soep, maakten een praatje… en toen zeiden ze: ‘Jij moet echt wat met zorg doen. Jij kan veel meer.’
Ik vond dat veel te hoog gegrepen. Maar ik trok toch de stoute schoenen aan en startte de opleiding Verzorgende IG. En het ging eigenlijk heel goed. Een nieuwe wereld ging voor me open.
Bij mijn diplomering heb ik mijn speldje op laten spelden door de vrouw van het echtpaar. Bijna 84! Ik ben haar nog elke dag dankbaar!”
En nu werk je bij RST Zorgverleners en ben je aandachtsvelder Kwaliteit & Veiligheid. Hoe is dat?
“Heel mooi! Als er iets gebeurt, bijvoorbeeld een valincident of een medicatie-incident, wordt er een MIC-melding gedaan. Die krijg ik binnen. Dan kijk ik: moeten we iets aanpassen in het zorgplan? Is er iets dat we kunnen verbeteren?
Het is een extra verantwoordelijkheid naast mijn werk in de wijk, maar dat maakt het juist zo leuk. Je blijft leren en groeien.”
Je hebt ook een tijdje in een zorgcentrum en het ziekenhuis gewerkt. Hoe was dat?
“In het ziekenhuis vond ik het leerzaam, maar veel te onpersoonlijk. Je zit kort bij iemand, maar je kent ze niet echt. En in het zorgcentrum… ik voelde me daar niet thuis. Je mag weinig zelf beslissen.
In de wijk is dat totaal anders. Je hebt vrijheid, je werkt zelfstandig, je bent buiten, bij mensen thuis. Ik ben daar nooit moe van. Ik krijg juist energie van mijn werk!”
Wat vind je het mooiste aan werken in de thuiszorg?
“De verbinding. Je komt bij mensen in hun eigen omgeving, waar ze zich veilig voelen. Ze worden soms bijna familie. Als je vier keer per week bij iemand komt, bouw je echt iets op.
Onlangs kwam ik terug na even weg te zijn geweest en een cliënt zei uit de grond van zijn hart: ‘Wat hebben we jou gemist.’ Dat raakt je. Dat geeft voldoening. Dat geeft je zelfbeeld iets heel positiefs.”
Wat maakt RST Zorgverleners voor jou een fijne werkgever?
“Bij RST Zorgverleners gaat alles soepel. E-mail naar P&O? Wordt geregeld. Capaciteitsplanning? Goed op orde. En we zijn echt een zelfstandig team: als iemand ziek is, kijken we samen wie het kan overnemen. Je bent er voor elkaar.
En de christelijke identiteit… die voel je. Het zit in hoe we met elkaar omgaan, hoe we naar cliënten kijken, hoe we helpen. Bij grotere, landelijke RST-bijeenkomsten of workshops ken je niemand, maar je voelt toch: we horen bij elkaar. Dat maakt RST sterk.”
Er verandert veel in de zorg. Hoe ervaar jij dat?
“Het gaat hard. Innovaties, nieuwe hulpmiddelen, andere manieren van zorg verlenen. Maar RST Zorgverleners loopt voorop met innovaties. Er wordt gekeken naar kwaliteit, veiligheid en hoe we de zorg slimmer kunnen organiseren zonder het menselijke te verliezen. Dat vind ik belangrijk.”
Wat zou je zeggen tegen iemand die twijfelt om bij RST Zorgverleners te komen werken?
“Gewoon eens meelopen. Echt doen. Laat je verrassen door de vrijheid, de zelfstandigheid en het contact met de cliënten. Ik heb al meerdere mensen meegenomen in de wijk en ze waren allemaal enthousiast.
En het klinkt misschien raar, maar ik krijg zóveel liefde terug van cliënten. Nu ik bijna oma word, merk ik dat ze extra met me meeleven. Die oprechte aandacht maakt mijn werk elke dag bijzonder.”
Hoe zie je jouw toekomst?
“Ik denk erover om in januari te starten met de opleiding Verpleegkunde. Ik heb al toestemming, maar ik wil eerst even wennen aan het oma-zijn. Daarna zie ik wel verder. Maar één ding weet ik zeker: ik hoor in de thuiszorg thuis. Ik zou echt niet meer zonder kunnen.”